W201Club.nl

Alles over de Mercedes W201

Het is nu 15 dec 2019, 11:04

Technisch verhaal van de Reliant

Alle techniek (mechanisch, elektronisch) zaken horen hier thuis.

Moderator: Bram Jansen

Technisch verhaal van de Reliant

Berichtdoor Goofy.S » 09 sep 2008, 09:28

Dag beste leden,
In het verleden was ik de trotse bezitter van een Reliant Scimitar, en ik heb er een verhaal over m.b.t. het ontstaan, de start en de ondergang van dit Engelse bedrijfje.



RELIANT SPORTWAGENS EEN KORTE MERKHISTORIE
IN DEN BEGINNE
De oprichter van Reliant Engineering, Tom L. Williams, werkte voor de Raleigh Cycle Co. in Nottingham. Daar had hij een driewielige open tweezitter ontworpen, genaamd de Safety Seven. De Raleigh Safety Seven was voorzien van een luchtgekoelde JAP V-Twin motor met een inhoud van 750cc. Ondanks het succesvolle verkopen, meer dan 1.000 exemplaren verkocht tussen 1933 en 1936, wilde Raleigh de Safety Seven productie beeindigen. Williams zou hierdoor geen werkzaamheden meer hebben. Overtollig geworden, besloot hij het bedrijf te verlaten en een eigen bedrijf op te richten. hij ontwikkelde in de schuur achter zijn huis een prototype van een driewielige auto, dit alles gefinancierd met een bescheiden lening van de Barclays Bank.

Als eerste model leverde het jonge bedrijf een dicht bestelwagentje met een motorfietsvoorvork met een overdekte bestuurdersplaats, met ruimte voor een passagier. De aandrijving werd verzorgd door een ketting naar de bladgeveerde starre achteras. De motor was een eencilinder motorfiets motor en versnellingsbak. Het bestelautootje had een laadvermogen van 7cwt / 355kg. Later werd de motor vervangen door een V-twin JAP, waardoor het laadvermogen vergroot kon worden naar 10cwt / 510kg.

In 1937 gingen Tom Williams en zijn assistent, E.S. 'Tommo' Thompson, na een onderhandelingsperiode, de uit de Austin Seven bekende 747cc watergekoelde 4-cilinder motor gebruiken. Maar al na een jaar nam Austin de Seven uit productie en zo ook deze motor. Tom Williams had geen andere keuze dan zelf die motoren gaan bouwen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, had Relaint al meer dan 1.000 auto's verkocht. Tijdens de oorlog werd de productie stilgelegd om om te schakelen naar de productie van oorlogstuig. Na de oorlog werde de bestelwagenproductie weer opgevat. op 13 maart 1946 rolde de eerste na-oorlogse Reliant van de band. In de periode tot aan begin jaren '50 werden er ruim 2.000 exemplaren geproduceerd.

In 1953, het jaar van de troonsbestijging van koningin Elizabeth II, werd de eerste personenwagen gepresenteerd, de Reliant Regal. In tegenstelling tot de bestelwagens had de Regal een echt autostuurwiel. Na drie jaar werd de carrosserie herzien en het aluminium op houtskelet wordt vervangen door een strakke, handgebouwde polyester, glasvezelversterkte, carrosserie. Daardoor ontstond de Regal Mk III. Het nieuwe model leverde de fabriek een aanzienlijke besparing op in productiekosten. De productie ging ging omhoog naar ruim 100 wagens per jaar, aanvullend op de bedrijfswagens, die nu gebruik maakten van dezeldfe bodemplaat. Wellicht opmerkelijk is dat in de 700 cc klasse de Reliant productie in dezelfde orde van grootte was dan die van een concurrent BMW.
EEN BLOEIEND BEDRIJF
De Britse auto industrie concentreerde zich in de jaren '50 zoveel mogelijk op de export. Doelmarkt nummer 1 was de Verenigde Staten. De thuismarkt was al net zo geinteresseerd in de nieuwe sportwagens modellen als de Amerikaanse markt. Maar de US markt was welvarender en de thuismarkt bleef zo beperkt tot de rijkere bovenlaag. Deze situatie leidde tot het ontstaan van allerlei kleine enthousiaste autofabriekjes die sportieve modellen aanboden op basis van normale goedkope personenewagens. Vaak in als kit-car met een aantrekkelijk polyester koetswerk. Polyester werd veelvuldig door Reliant toegepast tot aan de productiestop.

Door een beslissing in 1958 en een afspraak in 1959 verlegde Reliant de koers die het bedrijf echt groot maakte. Er ontstond een samenwerking met Autocars Company uit Haifa, Israel om voor het Israelische bedrijf een stationcar te ontwerpen. Dit was niet de eerste keer dat Reliant voor exerne bedrijf een opdracht aannam, maar dit was een belangrijke, omdat zo de eerste vierwielige auto werd ontworpen. Daarnaast werd Ray Wigging, een man met visie, aangesteld als Deputy Managing Director (onderdirecteur).

Na de stationwagon kwamen er al snel vervolgopdrachten, joint ventures voor polyester vracht- en personenwagens, die in kit-vorm ge-exporteerd werden naar diverse ontwikkelingslanden in Europa en Afrika. .
ZWAARDGEKLETTER
In 1960 wilde Autocars een sportwagen laten ontwikkelen voor hun thuismarkt en export naar de USA. Reliant kocht toen de rechten van Ashley Laminates voor de bouw van een sportwagen. Ze noemden deze sportwagen de Sabra. In Israel is dit een cactussoort die symbool is voor Israel en die naam werd ook gebruikt om jonge hardwerkende Israeilis aan te duiden. Na een korte, maar redelijk succesvolle periode werd de band met Autocars verbroken en daarom begon Reliant de wagen maar onder de eigen vlag te verkopen in de UK, met als naam Reliant Sabre. Dit was de eerste Reliant sportwagen En het begin van de traditie van modelnamen met zwaarden namen. Na Sabre wordt de naam Scimitar gebruikt. Gelijktijdig werd de kitcar industrie gedecimeerd door de invoering van registratiebelasting (soort BPM) voor zelfbouw auto's en de invoering van BTW op auto's in het algemeen. Voor Reliant pakte dit juist gunstig uit.

De nieuwe Sabre was voorzien van een vier-cilinder motor met 1703cc inhoud, afkomstig uit de Ford Consul. De 4 versnellingsbak was er eentje van ZF. De wagen presteerde redelijk. Helaas waren de prijsstelling, weggedrag en bouwkwaliteit dat niet. In twee jaar tijd werden er slechts 55 van verkocht. In 1961, onder de bezielende leiding van Ray Wiggins, krijgt de driewieler een monocoque carrosserie en een nieuwe geheel lichtmetalen 600cc OHV motor. Dat resulteerd in de introductie in 1962 van de nieuwe Regal 3/25.

In 1961, onder de bezielende leiding van Ray Wiggins, krijgt de driewieler een monocoque carrosserie en een nieuwe geheel lichtmetalen 600cc OHV motor. Dat resulteerd in de introductie in 1962 van de nieuwe Regal 3/25.

Door het succes van de driewielers en de verlegging naar vierwielers voor Israel en Turkeije werd de belangstelling gewekt van investeerders. Later dat jaar koopt de Hodge Group een 76% belang in Reliant. Daarmee was de basis gelegd voor verdere ontwikkeling van de sportwagens op vier wielen.

De Sabre verandert ook. In 1963 wordt de vier cilinder Consul motor vervangen door een zes cilinder in lijn 2.553cc uit de Ford Zodiac. Ook de koets wordt gewijzigd, met name de neus wordt herzien. Ook is er nu naast de open Sabre een gesloten coupe beschikbaar, de Reliant Sabre Six GT. Ondanks actieve deelname aan prestigieuze internationale rally's, worden er maar 77 Sabres gebouwd tussen 1963 en 1965. Gezien de grootte van Reliant als autofabrikant moet gezegd worden dat er in de autosport indrukwekkende resultaten zijn neergezet. Te denken valt aan de Monte Carlo Rally 1963 met drie Sabre Six GT's en daar boveno ook nog klasse-overwinningen en podiumplaatsen in andere rally's in het Sabre Six tijdperk.

Ondertussen ontstond er een relatie tussen Reliant en Ogle Design. Een vroeg resultaat van deze nieuwe innovatieve designs was te bewonderen op een Daimler SP250 chassis. Bill Boddy, de bekende correspondent voor Motor Sport merkte op "Reliant would have a very good product if they started with a clean sheet of paper" - Reliant zou een zeer goed product hebben als ze het opnieuw zouden tekenen - . Wellicht was dit de druppel die Reliant er toe zette om de styling van hun sportwagen te herzien. De oplossing kwam van Tom Karen van Ogle Design, hij had de opdracht gekregen van het cosmeticabedrijf Helena Rubinastein om een auto te ontwikkelenop basis van het Daimler SP250 chassis. De wagen werd bekend als de Ogle SX250. Deze wagen stond aan de basis van de Reliant Scimitar SE4 GT Coupé.

Nadat het Daimler project mislukt was kwam men er bij toeval achter dat de Ogle 2+2 Coupé koets bijna naadloos paste op het Sabre-6 chassis. Dit werd de bejubelde Reliant Scimitar GT Coupé die in 1964 gepresenteerd werd. 1964 is ook het jaar dat Reliant oprichter Tom Williams overleed.

Een resultaat van de vruchtbare samenwerking tussen Reliant en Ogle, gebruikte Ogle de Scimitar als basis voor de ontwerpstudie die zij voor Triplex maakten, om de laten zien wat er allemaal mogelijk was met verwarmd en gelaagd glas als automobiele toepassing. Dit innovatieve project viel in de smaak bij de Hertog van Edinburgh (de prins-gemaal -EH) die zo onder de indruk was van de Triplex Ogle 'estate car' stijl dat hij deze wagen twee jaar lang als zijn persoonlijke wagen gebruikte. En dit was het begin van een langjarige relatie van de koninklijke familie met het merk . Hare koninklijke hoogheid prinses Anne kreeg een Reliant Scimitar GTE van haar ouders op haar 18e verjaardag, De revolutionaire Reliant Scimitar GTE was een sportief stationcarachtig model dat ruim 3 jaar later, in 1968, voor het eerst ten toongesteld werd.op Motor Show.

In 1967 nam Ford de drie SU carburator zes-in-lijn motor die de krachtbron was geweest van de Coupés uit productie. Ter vervanging werd de V6 3 liter "Essex" motor geintroduceerd. Reliant paste de nieuw krachtbron toe in de GT met een enkel Weber carburator en ook een jaar later in de nieuwe Scimitar GTE. De Coupe en de GTE werden nog een aantal jaren naast elkaar geproduceerd. De vraag naar de GTE was echter zo groot dat de Coupe uit productie werde genomen om alle capaciteit aan de GTE te besteden. In de jaren zeventig had Reliant ruim 2500 man in dienst, met groot fabrieksterrein en een jaaromzet van ruim 12 miljoen Britse Ponden.

1977 was het jaar waarin de groei voorbij was en er brak een periode aan van krimp. De Hodge Group was al overgenomen door Standard Chartered Bank in 1976 en toen deze investeerder besloot om zijn belegging te herzien werd Reliant in 1978 verkocht aan Nash Industries, een bedrijf et een geheel andere blik op de gang van zaken. Alhoewel er in de loop der jaren 182.000+ driewielers gebouwd waren en er tijden van voorspoed waren geweest, zag Nash dit anders en blokkeerde de op expansie en vernieuwing gerichte plannen. Ray Wiggin trad terug en Reliant is deze klap nooit meer te boven gekomen. Gebrek aan doorontwikkeling aan de GTE was ook debet aan de teruggang. Nash had namelijk bedacht dat de toekomst lag in de markt voor kleine sportwagens. Op zich een goed plan, want behalve Morgan en nog een paar kleintjes was de Britse sportwagen eigenlijk verdwenen.

Helaas verwierp Reliant een ontwerpstudie van een sportwagentje met de bewezen Reliant motor en versnellingsbak. Men ging wel door met een ontwerp van Michelotti op een nieuw chassis. Het ontwerp was op zijn minst controversieel, maar dat dan niet op een gunstige wijze zoals de GTE. Nog een slecht te begrijpen actie was het uitbesteden van diverse werkzaamheden voor de bouw van de nieuwe sportwagen aan bedrijven uit de UK en Duitsland voor onderdelen die men ook zelf had kunnen maken. Het uiterlijk van de nieuwe Scimitar SS1, zoals de wagen heette, was niet echt gelukt en opbouw met aparte carrosserie delen leek rommelig. De pasvorm en de bouwkwaliteit waren matig. Het geheel oogde niet en de wagen kreeg veel kritiek, het resultaat was dat de SS1 slecht verkocht werd.

In 1980 kwam Reliant met de Scimitar GTC SE8b, een cabrio op basis van de GTE met de 2,8 liter Ford "Cologne" V6. De Essex was het jaar daarvoor uit productie genomen door Ford. De Cologne zat nu ook in de licht herziene GTE, naangeduid als de Reliant Scimitar GTE SE6b. Eigenlijk hadden deze twee modellen een warm onthaal kunnen krijgen bij de potentiele klantenkring, vooral de GTC ddie net kwam toen de enige concurrent, de Triumph Stag, verdween. Maar de Britse economy verkeerde in een crisis en de wagens bleken nagenoeg onverkoopbaar. Een productiestop werd ingelast om de voorraden te verkopen. Dit duurde meer dan een jaar. De wagens na de productiestop hebben allen een gegalvaniseerd chassis. Helaas zijn dit er maar weinig. Nog een paar jaar later, in 1986 werden de Scimitar GTE en GTC uit productie genomen. De rechten voor de GTE werden verkocht aan Middlebridge, terwijl Reliant die va de GTC eerst nog behielden. .

In 1989 verkocht Nash Industries de schamele resten van wat Reliant ooit eens geweest was aan Wiseoak/Belmont ontwikkelingsmaatschappij. En in 1990 leden weer nieuwe eigenaren onder verliezen op de vastgoedmarkt door overheidsbemoeienissen. Johnson and Turpin lieten de boel toen failliet gaan. Dit was eigenlijk de doodsklap voor Reliant. Alleen dit duurde nog 10 jaar voordat dit echt realitiet werd. Beans Industries nam de boel over, want zij hadden veel te verleizen als Reliant verdween, door de vele onderdelen leveranties. Beans moderniseerde de SS1, die vanaf dat moment Scimitar Sabre heet. Eigenlijk met een uiterlijk zoals de SS1 er vanf het begin uit had moeten zien, want dit was wel een plezier om naar te kijken. Beans ging echter ten onder aan het faillissement van DAF Trucks.

1995 - het aantal werknemers kromp in tot 100 man. Overname door Avonex. Daarna nog maar 30 man.
1996 - Overname door Jonathan Heynes.
1998 - Leiding werd overgenomen door Kevin Leach, hoofdfinancier, ex-TVR directeur Stuart Halstead werd bedrijfsleider.
Two Gates en alle andere fabrieken werden overbodig.
2000 - Reliant stopt de productie van auto's.

In 1961, onder de bezielende leiding van Ray Wiggins, krijgt de driewieler een monocoque carrosserie en een nieuwe geheel lichtmetalen 600cc OHV motor. Dat resulteerd in de introductie in 1962 van de nieuwe Regal 3/25.

Door het succes van de driewielers en de verlegging naar vierwielers voor Israel en Turkeije werd de belangstelling gewekt van investeerders. Later dat jaar koopt de Hodge Group een 76% belang in Reliant. Daarmee was de basis gelegd voor verdere ontwikkeling van de sportwagens op vier wielen.

De Sabre verandert ook. In 1963 wordt de vier cilinder Consul motor vervangen door een zes cilinder in lijn 2.553cc uit de Ford Zodiac. Ook de koets wordt gewijzigd, met name de neus wordt herzien. Ook is er nu naast de open Sabre een gesloten coupe beschikbaar, de Reliant Sabre Six GT. Ondanks actieve deelname aan prestigieuze internationale rally's, worden er maar 77 Sabres gebouwd tussen 1963 en 1965. Gezien de grootte van Reliant als autofabrikant moet gezegd worden dat er in de autosport indrukwekkende resultaten zijn neergezet. Te denken valt aan de Monte Carlo Rally 1963 met drie Sabre Six GT's en daar boveno ook nog klasse-overwinningen en podiumplaatsen in andere rally's in het Sabre Six tijdperk.

Ondertussen ontstond er een relatie tussen Reliant en Ogle Design. Een vroeg resultaat van deze nieuwe innovatieve designs was te bewonderen op een Daimler SP250 chassis. Bill Boddy, de bekende correspondent voor Motor Sport merkte op "Reliant would have a very good product if they started with a clean sheet of paper" - Reliant zou een zeer goed product hebben als ze het opnieuw zouden tekenen - . Wellicht was dit de druppel die Reliant er toe zette om de styling van hun sportwagen te herzien. De oplossing kwam van Tom Karen van Ogle Design, hij had de opdracht gekregen van het cosmeticabedrijf Helena Rubinastein om een auto te ontwikkelenop basis van het Daimler SP250 chassis. De wagen werd bekend als de Ogle SX250. Deze wagen stond aan de basis van de Reliant Scimitar SE4 GT Coupé.

Nadat het Daimler project mislukt was kwam men er bij toeval achter dat de Ogle 2+2 Coupé koets bijna naadloos paste op het Sabre-6 chassis. Dit werd de bejubelde Reliant Scimitar GT Coupé die in 1964 gepresenteerd werd. 1964 is ook het jaar dat Reliant oprichter Tom Williams overleed.

Een resultaat van de vruchtbare samenwerking tussen Reliant en Ogle, gebruikte Ogle de Scimitar als basis voor de ontwerpstudie die zij voor Triplex maakten, om de laten zien wat er allemaal mogelijk was met verwarmd en gelaagd glas als automobiele toepassing. Dit innovatieve project viel in de smaak bij de Hertog van Edinburgh (de prins-gemaal -EH) die zo onder de indruk was van de Triplex Ogle 'estate car' stijl dat hij deze wagen twee jaar lang als zijn persoonlijke wagen gebruikte. En dit was het begin van een langjarige relatie van de koninklijke familie met het merk . Hare koninklijke hoogheid prinses Anne kreeg een Reliant Scimitar GTE van haar ouders op haar 18e verjaardag, De revolutionaire Reliant Scimitar GTE was een sportief stationcarachtig model dat ruim 3 jaar later, in 1968, voor het eerst ten toongesteld werd.op Motor Show.

In 1967 nam Ford de drie SU carburator zes-in-lijn motor die de krachtbron was geweest van de Coupés uit productie. Ter vervanging werd de V6 3 liter "Essex" motor geintroduceerd. Reliant paste de nieuw krachtbron toe in de GT met een enkel Weber carburator en ook een jaar later in de nieuwe Scimitar GTE. De Coupe en de GTE werden nog een aantal jaren naast elkaar geproduceerd. De vraag naar de GTE was echter zo groot dat de Coupe uit productie werde genomen om alle capaciteit aan de GTE te besteden. In de jaren zeventig had Reliant ruim 2500 man in dienst, met groot fabrieksterrein en een jaaromzet van ruim 12 miljoen Britse Ponden.

1977 was het jaar waarin de groei voorbij was en er brak een periode aan van krimp. De Hodge Group was al overgenomen door Standard Chartered Bank in 1976 en toen deze investeerder besloot om zijn belegging te herzien werd Reliant in 1978 verkocht aan Nash Industries, een bedrijf et een geheel andere blik op de gang van zaken. Alhoewel er in de loop der jaren 182.000+ driewielers gebouwd waren en er tijden van voorspoed waren geweest, zag Nash dit anders en blokkeerde de op expansie en vernieuwing gerichte plannen. Ray Wiggin trad terug en Reliant is deze klap nooit meer te boven gekomen. Gebrek aan doorontwikkeling aan de GTE was ook debet aan de teruggang. Nash had namelijk bedacht dat de toekomst lag in de markt voor kleine sportwagens. Op zich een goed plan, want behalve Morgan en nog een paar kleintjes was de Britse sportwagen eigenlijk verdwenen.

Helaas verwierp Reliant een ontwerpstudie van een sportwagentje met de bewezen Reliant motor en versnellingsbak. Men ging wel door met een ontwerp van Michelotti op een nieuw chassis. Het ontwerp was op zijn minst controversieel, maar dat dan niet op een gunstige wijze zoals de GTE. Nog een slecht te begrijpen actie was het uitbesteden van diverse werkzaamheden voor de bouw van de nieuwe sportwagen aan bedrijven uit de UK en Duitsland voor onderdelen die men ook zelf had kunnen maken. Het uiterlijk van de nieuwe Scimitar SS1, zoals de wagen heette, was niet echt gelukt en opbouw met aparte carrosserie delen leek rommelig. De pasvorm en de bouwkwaliteit waren matig. Het geheel oogde niet en de wagen kreeg veel kritiek, het resultaat was dat de SS1 slecht verkocht werd.

In 1980 kwam Reliant met de Scimitar GTC SE8b, een cabrio op basis van de GTE met de 2,8 liter Ford "Cologne" V6. De Essex was het jaar daarvoor uit productie genomen door Ford. De Cologne zat nu ook in de licht herziene GTE, naangeduid als de Reliant Scimitar GTE SE6b. Eigenlijk hadden deze twee modellen een warm onthaal kunnen krijgen bij de potentiele klantenkring, vooral de GTC ddie net kwam toen de enige concurrent, de Triumph Stag, verdween. Maar de Britse economy verkeerde in een crisis en de wagens bleken nagenoeg onverkoopbaar. Een productiestop werd ingelast om de voorraden te verkopen. Dit duurde meer dan een jaar. De wagens na de productiestop hebben allen een gegalvaniseerd chassis. Helaas zijn dit er maar weinig. Nog een paar jaar later, in 1986 werden de Scimitar GTE en GTC uit productie genomen. De rechten voor de GTE werden verkocht aan Middlebridge, terwijl Reliant die va de GTC eerst nog behielden. .

In 1989 verkocht Nash Industries de schamele resten van wat Reliant ooit eens geweest was aan Wiseoak/Belmont ontwikkelingsmaatschappij. En in 1990 leden weer nieuwe eigenaren onder verliezen op de vastgoedmarkt door overheidsbemoeienissen. Johnson and Turpin lieten de boel toen failliet gaan. Dit was eigenlijk de doodsklap voor Reliant. Alleen dit duurde nog 10 jaar voordat dit echt realitiet werd. Beans Industries nam de boel over, want zij hadden veel te verleizen als Reliant verdween, door de vele onderdelen leveranties. Beans moderniseerde de SS1, die vanaf dat moment Scimitar Sabre heet. Eigenlijk met een uiterlijk zoals de SS1 er vanf het begin uit had moeten zien, want dit was wel een plezier om naar te kijken. Beans ging echter ten onder aan het faillissement van DAF Trucks.
1995 - het aantal werknemers kromp in tot 100 man. Overname door Avonex. Daarna nog maar 30 man.
1996 - Overname door Jonathan Heynes.
1998 - Leiding werd overgenomen door Kevin Leach, hoofdfinancier, ex-TVR directeur Stuart Halstead werd bedrijfsleider.
Two Gates en alle andere fabrieken werden overbodig.
2000 - Reliant stopt de productie van auto's.



[img size=583]http://www.w201club.nl/images/fbfiles/images/Reliant02.jpg[/img] [img size=400]http://www.w201club.nl/images/fbfiles/images/Reliant01.jpg[/img]

twee foto's van mijn Scimitar, met 1600 cc Ford "rush" motor
Goofy.S
Fresh Boarder
Fresh Boarder
 
Berichten: 0
Geregistreerd: 05 jun 2008, 14:46
Woonplaats: Rozendaal (Gld.)
Roepnaam: Karel
Type wagen: N.n.b.
Bouwjaar: N.n.b.
Automaat: Nee
LPG: Nee
Andere wagens / opmerkingen: Fiat Punto
Fiat-Hymer camper 2.5TD

Keer terug naar Techniek W201

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten